Counseling

Counseling is de eerste stap in de prenatale screening. De verloskundig hulpverlener informeert de zwangere, als zij dat wenst, over de screening op down- edwards- en patausyndroom en over het Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO). Hierdoor kan de zwangere een weloverwogen keuze maken om wel of niet mee te doen aan de prenatale screening.
 

De volgende aspecten moeten in de counseling aan bod komen:

  • Het recht op niet weten, de zwangere heeft recht om niet geïnformeerd te worden over de screening.
  • Informatie over de aandoening waarop wordt gescreend (down-, edwards- en patausyndroom, neurale buisdefecten en andere lichamelijke afwijkingen).
  • Het natuurlijk beloop van de aandoening waarop wordt gescreend en de frequentie van voorkomen.
  • De eigenschappen van de testen, zoals de risico's van het onderzoek, uitleg over de uitslag en de kans op foutpositieve en foutnegatieven testuitslagen.
  • De implicaties van afwijkende testresultaten en mogelijkheden van vervolgonderzoek.
  • De voor- en nadelen van het onderzoek en eventuele kosten.
De zorgverlener die de zwangere counselt, overhandigt haar altijd de landelijke informatiefolders van het RIVM. In deze folders is alle belangrijke informatie na te lezen.
 

Meer informatie over counseling, zoals opleidingseisen en kwaliteitseisen kunt u lezen op de website van het RIVM.

Wijzigingen in de organisatie van de counseling per 1 juli 2017.
De counseling dient op één moment plaats te vinden. Dus tijdens één afspraak zal zowel gecounseld worden over de screening op down-, edwards- en patausyndroom als over screening met de 20-wekenecho. De counseling zal los van de intake uitgevoerd moeten gaan worden, en voor het counselingsgesprek moet dertig minuten gereserveerd worden.